Het prijsje moest zichtbaar zijn
Wie in de jaren zestig of zeventig boodschappen deed, kwam ze overal tegen: kleine prijsstickertjes op potten, blikken en verpakkingen. Soms stond het bedrag rechtstreeks op het artikel gestempeld of geschreven. De prijs hoorde bij het product, maar de kassa kon hem niet zelf lezen.
Daarvoor was de caissière nodig.
Ze pakte het artikel, draaide het zo nodig om en keek naar het bedrag. Dan volgden een paar snelle aanslagen op de toetsen. Het product schoof door naar de klant en haar hand ging alweer naar het volgende.
Bij een ervaren caissière leek het één doorgaande beweging. Kijken, aanslaan, doorschuiven. Soms gingen haar vingers zo snel dat je als wachtende klant nauwelijks kon volgen welke toetsen ze indrukte.
We spreken hier over de caissière omdat veel mensen zich juist een vrouw achter de supermarktkassa herinneren. Mannen deden dit werk natuurlijk ook.
Een kassa die rekende, maar niet herkende
De kassa's verschilden per winkel en periode. Oudere modellen hadden stevige toetsen en een nadrukkelijk mechanisch geluid. Later kwamen elektrische en elektronische uitvoeringen. Ook de manier waarop een bedrag werd ingevoerd, verschilde.
Maar zolang de winkel zonder scanner werkte, bleef de belangrijkste handeling dezelfde: iemand moest de prijs invoeren.
De caissière hoefde dus niet de hele boodschappenrekening uit het hoofd op te tellen. Dat deed de kassa. Haar vaardigheid zat vooral in het snel en correct overnemen van bedragen, het bedienen van het apparaat en het overzicht houden.
Afhankelijk van het systeem moest ze ook aangeven bij welke artikelgroep een aankoop hoorde. Een verkeerd aangeslagen bedrag vroeg om een correctie. Hoe dat ging, hing af van de kassa en de afspraken in de winkel.
Voor de klant zag het er eenvoudig uit. Voor degene achter de toetsen was het voortdurend opletten.
Hoeveel kost deze?
Het ritme werd onderbroken als een prijsje ontbrak.
Een blik zonder sticker. Een etiket dat bij het uitpakken was losgeraakt. Een bedrag dat niet meer leesbaar was. Ineens lag er iets op de band waar de kassa niets mee kon en de caissière evenmin.
Soms kende ze de prijs. Artikelen die de hele dag voorbijkwamen, werden vanzelf vertrouwd. Maar prijzen veranderden en aanbiedingen maakten een gok riskant.
Dan moest iemand kijken.
Een collega liep naar het schap, de caissière riep een vraag door de winkel of er werd op een andere manier hulp gehaald. De precieze oplossing verschilde, maar voor de rij was het resultaat herkenbaar: wachten.
Je stond met je portemonnee in de hand en zag dat ene pakje liggen. Zo klein, en toch voldoende om het hele afrekenen stil te zetten.
De aanbieding stond in het geheugen
Ook mét een prijsje kon er iets te bespreken zijn.
“Die zijn deze week toch in de aanbieding?”
Misschien stond de oude prijs nog op de verpakking. Misschien gold de korting alleen bij twee stuks. Misschien had de klant een ander formaat gepakt dan het artikel uit de folder.
De caissière moest weten wat ze kon corrigeren en wanneer er iemand bij moest komen. Achter die snelle aanslagen zat dus meer dan behendigheid. Er was ook kennis van de winkel nodig.
Voor het personeel begon het werk bovendien al vóór de boodschappen op de band belandden. Veel artikelen moesten afzonderlijk worden geprijsd. Met een prijstang werden stickertjes aangebracht, vaak terwijl nieuwe voorraad in de schappen werd gezet.
Een prijswijziging betekende daardoor ook werk tussen de schappen. Het bedrag moest immers zichtbaar zijn op de artikelen die de klant meenam.

Bert Verhoeff / Anefo · Nationaal Archief · CC0 1.0
De kassabon als rij bedragen
Bij veel oudere kassasystemen was de bon veel minder uitvoerig dan we gewend zijn. Er stonden bedragen op, soms met afdelingsaanduidingen, maar niet vanzelfsprekend bij iedere regel een herkenbare productnaam.
Thuis controleren wat er precies was afgerekend, kon daardoor lastig zijn.
Was die 2,35 de kaas? Of hoorde dat bedrag bij de koekjes? Je probeerde de regels te koppelen aan wat je uit de boodschappentas haalde.
Wie een fout vermoedde, had er dus voordeel bij om tijdens het aanslaan mee te kijken. Tegelijkertijd ging het soms zo snel dat de volgende boodschap alweer was ingevoerd voordat je de vorige prijs had gecontroleerd.
Het vertrouwen in degene achter de kassa telde mee.
“Heeft u er een kwartje bij?”
Na het aanslaan kwam het betalen. In de tijd waarover we hier spreken, betekende dat vaak contant geld.
De caissière noemde het totaal, de klant zocht in de portemonnee en de geldlade ging open. Een briefje werd aangenomen, muntgeld erbij gezocht en wisselgeld teruggegeven.
“Heeft u er een kwartje bij?”
Zo'n vraag kon het teruggeven gemakkelijker maken. Bij 14,25 gulden kon een briefje van 25 gulden met een kwartje erbij bijvoorbeeld worden gewisseld tegen 11 gulden.
Bij sommige kassa's werd het ontvangen bedrag ingevoerd en verscheen het wisselgeld op het display. Bij andere werkwijzen rekende de medewerker zelf of telde terug naar het betaalde bedrag.
Ondertussen kon de klant nog om zegeltjes vragen. Of er lag een statiegeldbon die verrekend moest worden. Het kassawerk eindigde niet bij de laatste prijs.
Toen de kassa ging piepen
De verandering kwam met de streepjescode en de scanner. In januari 1977 werd in een Albert Heijn in Heemskerk voor het eerst in Nederland een product met een barcode gescand: een pak Douwe Egberts-koffie.
Dat betekende niet dat alle Nederlandse caissières meteen stopten met prijzen intypen. De omschakeling verliep geleidelijk. Winkels hadden nieuwe apparatuur nodig en producten moesten van bruikbare codes worden voorzien.
Bij een gewone productbarcode las de scanner niet simpelweg een gedrukt prijsbedrag. Hij herkende een artikelcode, waarna het kassasysteem de bijbehorende prijs opzocht.
Daarmee veranderde ook het werk achter de kassa. De medewerker moest de code langs de scanner bewegen en controleren of het artikel goed was geregistreerd. De prijs werd steeds vaker uit het systeem gehaald.
Het geluid van aanslaande toetsen kreeg gezelschap van een piepje.
Verdwenen vingersnelheid
Met de scanner verdween het kassawerk niet. Klanten helpen, betalingen afhandelen en problemen oplossen bleven erbij horen. Ook handmatige invoer bleef nodig wanneer een artikel niet kon worden gescand.
Maar één vertrouwd tafereel raakte op de achtergrond: de caissière die een volle boodschappenkar afrekende door vrijwel ieder bedrag zelf in te toetsen.
Wie haar aan het werk zag, keek naar een vaardigheid die door eindeloze herhaling was opgebouwd. Haar ogen vonden het prijsje, haar vingers kenden de toetsen. En terwijl jij nog een plek zocht voor het pak wasmiddel in je tas, was zij alweer drie artikelen verder.
