Bellen & berichten · Het vertrouwde 008

Nummerinformatie bellen: met een pen klaar bij de telefoon

Je wist hoe iemand heette en waar hij woonde, maar je had geen telefoonnummer. Dan pakte je de telefoongids. En als die niet hielp, belde je de inlichtingendienst. Aan de andere kant van de lijn zat iemand die het voor je opzocht.

Lees het verhaal ↓
Koningin Beatrix luistert mee met een telefoniste van de 008-informatielijn tijdens een bezoek aan de PTT in Amsterdam, 1 september 1981.
Koningin Beatrix luistert mee met een telefoniste van de 008-informatielijn tijdens een bezoek aan de PTT in Amsterdam, 1 september 1981.
Hans van Dijk / Anefo / Nationaal Archief · CC0 1.0

Naast de telefoon lag vaak een klein stapeltje onmisbare spullen: een adresboekje, een kladblok en een pen. Ergens in de buurt stond de telefoongids. Met dunne bladzijden, dicht op elkaar gedrukte namen en kolommen waarin je met je vinger naar beneden ging.

Maar niet ieder nummer stond in het boek dat je thuis had. Je zocht iemand in een andere plaats, een bedrijf waarvan je de precieze naam niet wist of een kennis die onlangs was verhuisd. Dan bood de telefonische inlichtingendienst uitkomst.

Voor veel Nederlanders hoorde daar één nummer bij: 008.

Een telefoonnummer zoeken was een handeling

Tegenwoordig tik je de naam van een winkel in en verschijnt er vaak meteen een knop waarmee je kunt bellen. Vroeger moest je eerst uitzoeken welk nummer je nodig had.

Voor vaste contacten had je een adresboekje. Familie, vrienden, de huisarts, misschien de garage. Regelmatig gebruikte nummers kende je uit je hoofd. Andere stonden op briefjes, achter op een envelop of op een kaartje dat bij de telefoon was geschoven.

De telefoongids vulde dat persoonlijke netwerk aan. Je zocht op achternaam, keek naar de voorletters en controleerde het adres. Bij een veelvoorkomende naam kon dat behoorlijk wat zoekwerk opleveren.

Nummerinformatie was handig wanneer je er zelf niet uitkwam. Je belde iemand om te kunnen bellen met iemand anders.

De voorkant van een telefoongids van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij uit juli 1891. Een vroege voorloper van de gidsen die later in veel huishoudens lagen.
De voorkant van een telefoongids van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij uit juli 1891. Een vroege voorloper van de gidsen die later in veel huishoudens lagen.
Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij / Geschiedenislokaal · CC BY 2.5

‘In welke plaats?’

Het gesprek draaide om een paar gegevens: wie zocht je, en waar?

Een achternaam alleen was meestal onvoldoende. Bij Jansen of De Vries moest je meer weten. De woonplaats hielp, een straatnaam kon het verschil maken en soms moest je de naam spellen.

Een gesprek kon ongeveer zo verlopen:

‘Ik zoek het nummer van de familie Van Dijk in Haarlem.’

‘Weet u ook de straat?’

‘Volgens mij wonen ze aan de Rijksstraatweg.’

Zo’n uitwisseling maakte nummerinformatie tot iets anders dan een opgenomen bericht. Er luisterde iemand mee, stelde een aanvullende vraag en probeerde te bepalen welke vermelding je bedoelde.

Daarbij waren er grenzen. Een geheim nummer kreeg je niet zomaar. Nummerinformatie gaf toegang tot beschikbare abonneegegevens; het was geen manier om iedere willekeurige persoon te achterhalen. Ook in de officiële omschrijving van de dienst werd die beperking vastgelegd.

Even wachten, ik pak een pen

Het belangrijkste moment kwam zodra het nummer werd gegeven. Dan moest je klaarzitten.

Met de hoorn in de ene hand zocht je met de andere naar de pen. Het kladblok lag natuurlijk net buiten bereik. Je trok het naar je toe, schreef de cijfers op en vroeg bij twijfel om herhaling.

Een cijfer verkeerd verstaan betekende dat je vervolgens iemand anders aan de lijn kon krijgen. Of helemaal niemand. Zeker wanneer er ook nog een onbekend netnummer bij hoorde, was zorgvuldig noteren verstandig.

Daarna legde je neer en begon het eigenlijke telefoontje. Op een draaischijf draaide je het zojuist genoteerde nummer cijfer voor cijfer. Het briefje bleef naast het toestel liggen. Misschien schreef je het later netjes over in je adresboekje. Misschien bleef het er weken liggen.

Een T65-draaischijftelefoon, gefotografeerd in 2010. Dit exemplaar heeft een regelbare versterker in de hoorn voor slechthorenden.
Een T65-draaischijftelefoon, gefotografeerd in 2010. Dit exemplaar heeft een regelbare versterker in de hoorn voor slechthorenden.
Zutje · CC BY-SA 3.0

Achter 008 zat een grote organisatie

Aan de telefoon hoorde je één stem. Achter die stem zat een omvangrijke dienst.

Een krantenbericht uit september 1991 meldde dat de inlichtingendienst van PTT Telecom ongeveer 65 miljoen oproepen per jaar ontving. Er werkten destijds circa 1.600 medewerkers in deeltijd, met ruim 650 bedienposten. Volgens het bericht was de dienst zeven dagen per week bereikbaar, van acht uur ’s morgens tot tien uur ’s avonds.

Die aantallen geven een idee van de plaats die nummerinformatie in het dagelijks leven innam. Het was een voorziening waar miljoenen mensen gebruik van maakten.

Voor de medewerkers betekende het telkens opnieuw luisteren, zoeken en verduidelijken. Een onvolledige bedrijfsnaam, een lastig gespelde achternaam of een woonplaats die verkeerd was verstaan: achter een eenvoudig verzoek kon behoorlijk wat uitzoekwerk schuilgaan.

Het vertrouwde nummer veranderde

Zelfs het nummer waarmee je telefoonnummers opvroeg, bleef niet hetzelfde.

PTT Telecom kondigde aan dat 008 vanaf 1 november 1991 zou veranderen in 06-8008. Beide nummers zouden nog enige tijd naast elkaar bestaan. De wijziging hield verband met de Europese afspraak om 00 te gebruiken als toegang tot internationaal telefoneren. De oude Nederlandse dienstnummers die met 00 begonnen, moesten daarvoor plaatsmaken.

Later werden ook 0900-8008 en 118 bekende nummers voor telefonische inlichtingen. In 2007 maakte 118 plaats voor diensten met viercijferige nummers uit de 18-reeks. De invoering van die reeks moest aanbieders meer gelijke concurrentiekansen geven.

Voor de beller betekende het vooral dat er weer een nieuw nummer te onthouden viel. De behoefte bleef herkenbaar: iemand spreken van wie je het telefoonnummer niet had.

Van opzoeken naar aanklikken

Met internet veranderde die gewoonte. Bedrijven zetten hun contactgegevens op hun website. Zoekmachines maakten het makkelijker om een winkel, instelling of restaurant te vinden. Mobiele telefoons bewaarden onze contacten.

Ook de koppeling tussen een persoon en een vaste telefoon thuis werd minder vanzelfsprekend. Een gezin had vroeger vaak één gezamenlijk nummer. Met mobiele telefoons kreeg ieder gezinslid zijn eigen bereikbaarheid.

Telefonische nummerinformatie bestaat overigens nog steeds. Een dienst als 1888 zoekt nummers op en biedt doorverbinden aan. Het is een betaalde dienst; het actuele tarief staat op de website van de aanbieder.

Toch hoort het oude ritueel voor veel mensen bij een verdwenen telefoonwereld: een vast toestel in de gang, een dikke gids op een plank en een pen die het precies op het verkeerde moment niet deed.

En dan die korte voorbereiding voordat je belde.

Je schoof het papier naar je toe, probeerde de straatnaam te herinneren en draaide 008.

Bronnen en foto’s

  1. Eilanden-Nieuws, 27 september 1991 — 008 wordt 06-8008
  2. Staatscourant 2006, nr. 96 — invoering van de 18-reeks en vervanging van 118
  3. 1888 — huidige nummerinformatiedienst / current directory enquiries service

De huiselijke scènes en dialogen zijn illustratieve reconstructies, geen citaten uit een specifiek huishouden. De foto’s en de scan van de telefoongids zijn echt. Ze zijn zonder uitsnede of retouche opgenomen; de datering en licenties staan bij de beelden.

Lees ook: 002 & 003 — de tijdmelding en het weerbericht.