Eerst was er vooral géén televisie
Wie nu de televisie aanzet, krijgt onmiddellijk beeld. Vroeger kon je hem inschakelen en ontdekken dat er simpelweg geen programma was.
De officiële Nederlandse televisie begon op 2 oktober 1951. Het aantal toestellen was nog klein en het programma-aanbod uiterst beperkt. Grote delen van de dag werd helemaal niets uitgezonden. Toch kon er al een televisiesignaal zijn. Dan verscheen het testbeeld.
Het beroemdste stilstaande beeld van Nederland
Een cirkel, lijnen, blokken, grijstinten en later felle kleuren: voor miljoenen kijkers betekende het vooral dat de uitzending nog niet was begonnen. Technisch gezien was het een nauwkeurig hulpmiddel. Een cirkel die als een ei verscheen, maakte bijvoorbeeld meteen duidelijk dat de beeldgeometrie niet klopte.
Een van de bekendste kleurentestbeelden werd de Philips PM5544, ontwikkeld aan het einde van de jaren zestig. Zonder dat dit de bedoeling was, groeide zo'n technisch patroon uit tot een van de herkenbaarste beelden van het analoge televisietijdperk.
Wachten hoorde bij het kijken
Wie te vroeg inschakelde, kon minutenlang naar het testbeeld kijken. Soms klonk er een toon, soms muziek. Het beeld had tegelijk iets verwachtingsvols: straks gaat het beginnen. Dan kwam er beweging, een klok, een omroeplogo of herkenningsmelodie — en vervolgens een gezicht.